De echte waarde van mest deel 2

‘’De erkenning van mineralenconcentraten uit mest als kunstmestvervanger is een groot deel van de oplossing van het mestprobleem’’ Jan Huitema, Europarlementariër VVD

Als je het hebt over het tot waarde brengen van mest dan kan je niet om Europarlementariër Jan Huitema heen. Hij maakt zich in Europa sterk voor de agrarische sector waarbij het tot waarde brengen van mest een van zijn speerpunten is. Naast Europarlementariër is Jan Huitema ook nog parttime melkveehouder in Makkinga en daardoor weet hij goed wat er leeft onder boeren. Worden mineralenconcentraten uit mest eindelijk erkent als kunstmestvervangers? Hoe kan mest het beste tot waarde worden gebracht en hoe staat de agrarische sector in Nederland er in 2030 voor? Dit zijn de uitkomsten van mijn gesprek met Jan Huitema.

Van afvalstof naar kunstmestvervanger

Momenteel is er veel beweging als het gaat om het tot waarde brengen van afvalstoffen. Onder het motto ‘afval bestaat niet’ wordt er volop ingezet op een circulaire economie waarbij allerlei stromen opnieuw gebruikt worden. Dat mest een waardevolle grondstof is, is natuurlijk al lang bekend in de melkveehouderij sector, daarom is het des te frustrerender dat dit door regelgeving onmogelijk gemaakt wordt. Volgens Jan Huitema is er momenteel Europees veel draagvlak om verandering te brengen in deze situatie. De politiek van links tot rechts ziet het belang in van het hergebruiken van fosfaat en stikstof in plaats van het te importeren van buiten de EU of te maken doormiddel van fossiele brandstoffen. Daarnaast is Nederland het eerste halfjaar van 2016 voorzitter van de Europese Unie waardoor Nederland extra kan inzetten op een verandering van de status van mineralenconcentraten. Staatssecretarissen Dijksma en van Dam van milieu en landbouw zullen als voorzitters dit op de agenda zetten. Daarnaast heeft Jan Huitema dit onderwerp al op de agenda gezet vanuit het Europees Parlement en verwacht ook met een meerderheid te komen die dit zal ondersteunen. Onder druk hiervan zal de Europese Commissie hoogstwaarschijnlijk niet om de status van mineralenconcentraten als kunstmestvervanger heen kunnen.

Europese erkenning

Als de mineralenconcentraten Europese erkenning krijgen als kunstmestvervanger of als organische kunstmest dan zal de handel binnen de EU op gang kunnen komen. Hierdoor kan de vraag vanuit de akkerbouw gebieden in de EU leidend worden voor de verwerking van mest tot organische meststoffen. Hierdoor wordt mest niet meer benaderd als probleem maar als een waardevolle meststof waar vraag naar is. Jan Huitema denkt dat het in de toekomst goed mogelijk is dat mest geld oplevert voor melkveehouders

De nitraatrichtlijn

Op termijn hoopt Jan Huitema dat de Europese nitraatrichtlijn komt te vervallen. Deze richtlijn zet een absolute grens op de hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest die op het land gebruikt mag worden. Dit terwijl er gebieden in de Europese Unie, waaronder Nederland, een grotere bemestingsbehoefte hebben omdat de gewasopbrengst per hectare hoog is. Door inzichtelijk te krijgen hoeveel nutriënten het bedrijf op komen of verlaten (mest, melk, voer, bodem, grondwater) kan er een eerlijkere en betere bemesting ontstaan. Daarnaast biedt dit kansen voor ondernemers om door middel van innovatie meer te produceren met minder land, minder uitstoot en minder verlies van waardevolle en eindige meststoffen zoals fosfaat. Jan Huitema verwacht niet dat dit op de korte termijn al realistisch is maar hoopt wel dat dit in de toekomst haalbaar wordt en vraagt hier aandacht voor in het Europees Parlement. Hij vindt dat agrarische ondernemers altijd de kans geboden moet worden om door middel van innovatie hun bedrijf efficiënter en daarmee winstgevender te maken zonder tegen papieren grenzen zoals de nitraatrichtlijn aan te lopen.

Mestverwerking in Nederland

Mestverwerking kan het beste regionaal tot stand gebracht worden. Het is zaak om veel stakeholders hierbij te betrekken zodat er voldoende draagvlak ontstaat. Hiervoor kunnen partijen als Friesland Campina samenwerken met waterschappen, de chemische industrie, gemeentes en provincies. In het beste geval wordt biogas geproduceerd om een nabijgelegen wijk of fabriek van warmte voorzien of als brandstof voor melktransport. De lokale tuinders en akkerbouwers ontvangen voornamelijk de stikstof uit de dierlijke mest, Vitens gebruikt het restwater, het fosfaat gaat naar akkerbouwgebieden in bijvoorbeeld Oost-Europa en de organische stof wordt als bodemverbeteraar gebruikt. Door zulke combinaties te maken denken mensen niet meer aan een mestprobleem maar komt de melkveesector als duurzame en innovatieve sector bekend te staan.

Naast centrale verwerking verwacht Jan Huitema dat mono-mestvergisting op boerderijschaal belangrijker gaat worden. Dit is een goede manier om de uitstoot van de sector te beperken en mogelijk het bedrijf van energie te voorzien. Afhankelijk van de betaalbaarheid van bepaalde technieken zou het op den duur zelfs mogelijk worden om op boerderij schaal mineralenconcentraten te produceren waardoor de organische stof op het bedrijf zelf ingezet kan worden en de overproductie van mineralen verkocht kan worden.

De melkveesector in 2030

Jan Huitema is erg positief over de kansen voor de melkveehouderij in Nederland. Op 11 januari 2016 presenteert hij een rapport over de hoge kwaliteit van de agrarische sector in Nederland. Daarin noemt hij ook nadrukkelijk dat mineralenconcentraat gebruikt moet worden als kunstmestvervanger bovenop de gebruiksnorm voor dierlijke mest. Collega’s uit andere landen zeggen naar Nederland te kijken als voorbeeld voor waar de agrarische sector in hun land over 10 jaar zou moeten staan.

In 2030 verwacht Jan Huitema dat er veel gedaan wordt met precisie landbouw. Drones die per vierkante meter (of centimeter) kijken naar de nutriënten- en water behoefte zullen een belangrijke rol innemen. Hierdoor wordt de productie weer verhoogd, wordt de uitstoot verder beperkt en zal Nederland een belangrijke rol spelen in het voeden van de wereld zowel door eigen productie als door het delen en exporteren van kennis. Belangrijk voor de melkveehouderij is om te zorgen voor draagvlak. Door te innoveren en dit te delen met de wereld zal de sector aantrekkelijk blijven en zullen er ook meer mensen voor de sector willen werken. Draagvlak is een belangrijk onderdeel voor het boeren in Nederland, hier zal goed rekening mee gehouden moeten worden.

Met betrekking tot duurzame energie verwacht Jan Huitema dat de sector volledig zelfvoorzienend kan zijn. Hierbij denkt hij dat de technologie onverminderd snel door zal gaan en de combinatie van de vooruitgaande technologie en het innovatie vermogen in de melkveesector zal leiden tot een gezonde sector die bijdraagt aan het voeden van de wereld en het leveren van energie. 

Hendrik van Houten
Adviseur vergisting

088-4000512