Nieuws

Blog 2: Gaan een gezonde bodem en mono-mestvergisting samen?

Een veel voorkomende vraag bij mono-mestvergisting is de invloed die het digestaat heeft op de bodem en dan voornamelijk het organische stof gehalte en het bodemleven. In meerdere vakbladen en artikelen worden kanttekeningen geplaatst bij mono-mestvergisting, aangezien het op de langere termijn slecht is voor de productie van het land. Dit is natuurlijk erg van belang in de bedrijfsvoering. Om hier een beter inzicht in te krijgen heb ik de nodige artikelen gelezen over de gevolgen van vergisting en daarnaast een gesprek gevoerd met Theo Mulder, directeur van Mulder Agro. Hij zet zich al jaren in voor bewustwording van het belang van de bodem en is een pleitbezorger om de bedrijfsvoering aan te passen aan wat in de natuur normaal is.

Een goed bodemleven, van levensbelang

Het grootste probleem van de vergisting van mest is, volgens Theo Mulder, dat de organische stof in de mest wordt afgebroken. Door het afbreken van de organische stof wordt een gedeelte van de voeding voor de bodem al verteerd voordat het op het land komt. Daardoor vermindert het bodemleven en heb je op de langere termijn minder insecten, wormen, bacteriën en schimmels in je bodem welke allen noodzakelijk zijn voor een goed bodemleven. Een goed bodemleven zorgt er vervolgens voor dat er meer voedingstoffen in het voer komen, waardoor er weer een gezondere veestapel ontstaat. Daarnaast blijft de grond beter bewerkbaar en zijn gronden beter bestand tegen droogte en sneller begaanbaar bij nat weer. De voordelen van een goed bodemleven zijn daarmee niet te overschatten en van groot belang voor boeren.

Verandering van de meststof door vergisting

Bij mono-mestvergisting wordt een gedeelte van de organische stof in de mest omgezet in biogas. Idealiter voor de businesscase van mono-mestvergisting is dit gedeelte zo groot mogelijk zodat het rendement per ton mest het hoogst is. Daardoor wordt bij voorkeur verse mest als input gebruikt zodat er nog geen omzetting is geweest in de mestkelder in andere mestopslagen. De verse mest wordt in de vergister verwarmd tot een optimale temperatuur waardoor anaerobe bacteriën aan het werk gaan om biogas te produceren. Het digestaat wat vervolgens overblijft is een ‘’snellere’’ meststof. De effecten van bemesten zijn sneller zichtbaar doordat de stikstof in de plant sneller opneembaar is. De effecten hiervan zijn bij het vergisten van varkensmest groter dan bij rundveemest. Volgens een artikel van de WUR is varkensmest na vergisten qua werkings-coëfficiënt vergelijkbaar met een KAS meststof. Bij vergisting van rundveemest zijn de resultaten kleiner en is de verhoging van de werkings-coëfficiënt maximaal 10%.

 Dat het digestaat sneller opneembaar is voor de plant wil niet zeggen dat het bodemleven hierbij gebaat is. Kunstmest is zoals bekend ook erg snel opneembaar door de plant maar Theo Mulder vergelijkt dit met junkfood. Mensen kunnen ook snel groeien door veel hamburgers te eten, maar dit is geen duurzame groei en op de lange termijn niet volhoudbaar. Theo Mulder voorziet dat wij de slag verliezen van landen als Ierland en Nieuw-Zeeland als wij ons manier van boeren niet aanpassen. De bodem speelt in die landen een centralere rol en dat zou op termijn kunnen resulteren in kwalitatief veel betere producten. Volgens Theo Mulder heeft dit te maken met de gehele bedrijfsvoering op boerenbedrijven tegenwoordig. Doordat mest en urine samenkomen in de mestkelder ontstaat sowieso een slechte meststof. Mest en urine reageren met elkaar en daardoor komt een rottingsproces op gang. In de natuur schijt een koe nooit waar ze piest, dit zou in de ideale situatie op een boerderij ook niet gebeuren.

Hoe gaan mono-mestvergistig en een gezond bedemleven samen?

Dan rest de vraag of een gezonde bodem en mono-mestvergisting samen gaan. Het huidige systeem creëert sowieso al mest die niet optimaal is voor de bodem. Dit kan deels ondervangen worden door producten aan de mest toe te voegen waardoor het rottingsproces wordt gestopt en een goede meststof ontstaat. Hierbij wil ik graag twee producten beschrijven die kunnen bijdragen aan een beter bodemleven. Theo Mulder biedt zelf pro-mest van Agriton aan wat ervoor zorgt dat mest anaeroob gefermenteerd wordt, waardoor een verschuiving ontstaat van minerale stikstof naar organisch gebonden stikstof. Hierdoor ontstaat een homogenere, beter mixbare mest die zorgt voor een verbetering van het bodemleven. Agriton heeft hier reeds 15 jaar ervaring mee en boekt goede resultaten. Rinagro biedt ook een mestverbeteraar aan die hetzelfde beoogt. De AgriMestMix zorgt ervoor dat de mestkwaliteit verbeterd door de omzetting van organische stof. Hierdoor wordt de mest ook homogener, beter mixbaar en is het sneller opneembaar door de plant. Ook zeggen gebruikers dat het bodemleven sterk verbeterd is sinds ze gebruik maken van deze toevoeging aan de mest. Hierdoor hoeft minder kunstmest gebruikt te worden en wordt dus optimaal gebruik gemaakt van bedrijfseigen middelen. Met twee compleet verschillende processen beogen beide producten hetzelfde te bereiken, een beter bodemleven.

Is mono-mestvergisting duurzaam?

Mijn conclusie uit alle verzamelde informatie is dat het bodemleven een zeer belangrijke rol speelt in de bedrijfsvoering op melkveebedrijven. Of mono-mestvergisting hier een goede invloed op heeft is moeilijk te zeggen. Het is duidelijk dat organische stof belangrijk is voor de bodem en dat vergisting zorgt voor een vermindering van de organische stof. Dat dit een negatieve invloed heeft op de bodem lijkt me daarom ook wel duidelijk. Wel denk ik dat met de huidige stalsystemen het vergisten van mest al wel een verbetering kan betekenen. Je zou kunnen gaan besparen op kunstmest door de warmte van de vergister te gebruiken om een stikstofstripper te faciliteren die vervolgens een stikstofconcentraat uit de mest haalt. Hierdoor bespaar je op de inkoop van kunstmest wat in mijn ogen het bedrijf als geheel duurzamer maakt.

 De vele kanten aan het verhaal maken het lastig om een eenduidige conclusie te trekken over de invloed van vergisting op het bodemleven. In mijn ogen is het bodemleven een zeer belangrijke factor om mee te nemen in het wel of niet aanschaffen van een mono-mestvergister. Echter is het in mijn ogen lastig om te zeggen wat voor invloed mono-mestvergisting daadwerkelijk op de bodem heeft. Het is in mijn ogen niet uitgesloten om én een gezonde bodem en een mono-mestvergister te hebben.

Lees alles over de verschillen tussen co- en mono-mestvergisting in de eerste blog.

Geschreven door adviseur Hendrik van Houten

Tender mono-mest SDE+ opent op 27 juni
Circulair bouwen als norm bij ontwikkelingen op Energiecampus Leeuwarden

Lees meer
EHG-regeling glastuinbouw verlengd tot 2022

Lees meer
Ekwadraat zet zich in voor een kenniscentrum geothermie

Lees meer
SDE+ geothermie aanvragen najaar 2017 lijkt onhaalbaar

Lees meer