De startanalyse voor gemeenten: 6 strategieën

Bekijk onze speciale webinar
Bekijk onze speciale webinar

De startanalyse: 6 strategieën en het Vesta MAIS model

Deze zomer staat voor Ekwadraat voornamelijk in het teken van de grote opgave die er aankomt voor gemeentes: de transitievisie warmte en het hele proces wat hierbij komt kijken. 

In de zomer hebben wij ons verdiept in een nieuw kansrijk rekenmodel ter ondersteuning van de startanalyse: het model Vesta MAIS. Dit model wordt binnenkort beschikbaar gesteld voor gemeenten om scenario’s door te rekenen voor de warmtetransitie.

Wij zijn alvast met het model aan de slag gegaan. In dit artikel neem ik je graag mee in onze bevindingen. Hierbij leer je wat je met het rekenmodel kan, hoe je dit kunt inzetten bij de startanalyse en in welke 6 strategieën het model kan resulteren.  

Vesta watte?

Vesta MAIS (Multi Actor Impact Simulatie) is een ruimtelijk energie(reken)model ontwikkeld door het PlanBureau voor de Leefomgeving (PBL). Met het model kan voor de gebouwde omgeving en de glastuinbouw het energiegebruik en de CO2 uitstoot voor de periode tot 2050 worden berekend. 

Daarnaast kunnen het potentieel en de kosten voor maatregelen om gebieden (bijv. warmtenet door restwarmte uit industrie) en gebouwen (bijv. isolatie en warmtepompen) te verduurzamen berekend worden. 

Verder kunnen de effecten op het vermeden energiegebruik, de CO2 uitstoot, investeringskosten en financiële opbrengsten van actoren in kaart word gebracht. “

“Het rekenmodel Vesta MAIS richt zich dus op de technisch-economische factor die belangrijk zijn in de besluitvorming.”
 

Voor wie is het model?

Oudere versies van het rekenmodel zijn in het verleden gebruikt als bouwstenen door het kabinet en de Tweede Kamer, onder andere om nationale scenario’s door te rekenen van de warmtetransitie voor gebouwde omgeving.

Inmiddels is het model aangepast (open source) en kan hij nu worden toegepast als middel om bij te dragen aan regionale besluitvorming.

Door deze aanpassing en de rol die gemeenten toebedeeld hebben gekregen in het Klimaatakkoord, kan het rekenmodel goed gebruikt worden in de het opstellen van de transitievisie warmte (TVW) en de uitvoeringsplannen op wijkniveau. Samen met de Startanalyse en de handreiking lokale analyse.

Ter opfrissing: de Startanalyse geeft met behulp van Vesta MAIS op buurtniveau de gevolgen weer voor zowel de maatschappelijk kosten als de kosten voor verschillende eindgebruikers voor een zestal door te rekenen warmtevoorziening strategieën. De handreiking geeft richtlijnen (m.b.t data, aannames en rekenregels) waarmee gemeenten de Startanalyse kunnen aanvullen voor een eigen analyse op basis van lokale, eigen data. De startanalyse en de handreiking samen worden ook wel de Leidraad genoemd

 

vesta mais handleiding

Speciale webinar voor gemeenten

Op 23 september gaf adviseur Rob Goes een speciale webinar over de warmtetransitie bij gemeenten, met o.a.: Vesta MAIS, de transitievisie warmte en de startanalyse. Deze webinar terugkijken kan nu!


Hoe ziet de Startanalyse er uit?

Hoe de Startanalyse er precies gaat uit zien straks, is nog steeds onduidelijk. Zelfs 4 weken voor de oplevering. Maar er zijn een aantal onderdelen die in gesprekken telkens weer terugkomen. Daarom verwacht ik de volgende opzet:

•    Er zal een datadump zijn; een bestand waarin alle data die gebruikt is als input voor het rekenmodel Vesta MAIS, op één grote hoop. Hierbij gaat het veelal om openbare, landelijke beschikbare data. Behalve bij de 27 gemeenten in de eerste helft van dit jaar gebruikt hebben gemaakt van de mogelijkheid om lokale data aan te leveren.  

•    Het rekenmodel Vesta MAIS. Een rekenmodel waar de datadump kan worden ingestopt en gaat “draaien”. Als resultaat komt er per wijk de beste strategie voor de warmtetransitie uit. Het rekenmodel kan worden aangevuld met lokale eigen data van de gemeente. Hierdoor wordt te berekening nauwkeuriger en het resultaat beter toepasbaar op de situatie in de wijk/buurt. Echter is het Vesta MAIS model geen makkelijk te gebruiken model. Hij is niet zo gebruiksvriendelijk als bijvoorbeeld de Klimaatmonitor, waar je eenvoudig informatie “aan” en “uit” kunt zetten zodat je vervolgens de directe gevolgen ziet. Vesta MAIS is en spreekt de taal van ICT programmeurs (zie figuur 2).

•    Op basis van de uitkomsten van Vesta MAIS verwachten wij een duiding van de resultaten: een kort globaal verhaal over de uitkomst. Dit is een puur technisch economisch verhaal en afhankelijk van de input die de gemeente het rekenmodel zelf heeft gegeven, heel generiek en niet precies toepasbaar op de werkelijke situatie. Hierin wordt waarschijnlijk ook de beste strategie per wijk genoemd. 

Figuur 2: printscreen van Vesta MAIS user interface (GeoDMS)

Wat zijn de 6 strategieën?

In de notitie Strategieën voor de Leidraad worden zes strategieën beschreven, waar op een tweetal strategieën variaties mogelijk zijn. Dus eigenlijk zijn er 10 strategieën

Voor allen geldt dat een bepaald niveau van isolatie aanwezig moet zijn om besparing mogelijk te maken en een comfortabel leefklimaat. Het basis isolatielevel waar vanuit word gegaan is B. De strategieën zijn:

1:  All-electric: een elektrische warmtepomp (WP). Hierbij zijn twee varianten mogelijk: 

a) Een warmtepomp met buitenlucht als bron en minimaal een isolatielevel van B+. 
b) Een warmtepomp met bodem als bron en minimaal een isolatielevel van A+ .

2:   Warmtenet midden temperatuur (MT). Hiermee wordt bedoelt een bron met een temperatuur van 70 ℃. Er is hiervoor basisisolatielevel nodig. 
3:    Warmtenet lage temperatuur (LT). Hiermee wordt bedoelt een brontemperatuur van 30 ℃. Ook bij deze strategie zijn variaties mogelijk, waarbij het verschil voor in de soort bron zit:

a)    Een bron van 30 ℃, wat betekent dat er lage temperatuurdistributie is welke opgewaardeerd wordt op gebouwniveau met een warmtepomp. Hierbij is een isolatielevel nodig van niveau A+.
b)    Een bron van 30 ℃, met daarbij een collectieve warmtepomp voor opwaardering wat leidt tot distributietemperatuur van 70 ℃.
c)    Een lage temperatuur bron, welke collectief wordt opgewaardeerd tot 50℃ voor distributie. Voor tapwater is hierbij een boosterwarmtepomp nodig.
d)    Een Warmte koude opslag (WKO) bron met een collectieve warmtepomp wat leidt tot distributietemperatuur van 70 ℃.

4:    Hybride warmtepomp met een basisisolatielevel en duurzaam gas.
5:    HR-ketel; met een basisisolatie en duurzaam gas.
6:    Gemengd. Hiermee wordt bedoelt een combinatie van (onderdelen van) de bovenstaande strategieën.

De eerste drie strategieën zijn mogelijk zonder enige gebruik van aardgas. De laatste drie hebben een soort duurzaam gas nodig, zoals groengas of waterstof.

Groen gas wordt gemaakt door droge biomassa te vergassen of natte reststromen van biomassa te vergisten. Bij beide productieprocessen ontstaat biogas dat kan worden omgewerkt tot gas met dezelfde eigenschappen als aardgas. Waterstof kan worden gemaakt onder andere door elektrolyse met elektriciteit uit wind en zon.

Ook waterstof kan worden omgewerkt tot gas met aardgaskwaliteit maar kan ook rechtstreeks worden ingezet in gasketels en kooktoestellen. In dat geval moet deze apparatuur en het bestaande gasdistributienet worden vervangen of aangepast. 

Hieronder zie je alles op een rijtje, met daarbij tevens informatie over het soort afgiftesysteem, de manier van ruimteverwarming en warm tapwater. 

Figuur 3: De 6 strategieën

Keuze voor een strategie

De keuze voor een strategie hangt met veel dingen samen en kan niet slecht worden gebaseerd op de uitkomst van Vesta MAIS. Wanneer je de 6 strategieën bekijkt, kom je tot de conclusie dat de keuze voor een strategie samen hangt met de zwaarte van de investering. Bijvoorbeeld voor de all-electric optie met een warmtepomp is een erg hoog leven isolatie nodig en andere radiatoren, terwijl bij de hybride warmtepomp “maar” het basis isolatielevel nodig is EN je kunt je huidige radiatoren behouden.    

Een andere factor die meespeelt in de keuze voor een strategie, is het verschillen tussen de individuele mogelijkheden en de collectieve. De all-electric optie, de hybride warmtepomp en de HR-ketel zijn individuele keuze met daaraan verbonden, soms hoge, individuele kosten. Een warmtenet (midden dan wel lage temperatuur) is een collectieve oplossing, waarbij de kosten mogelijk ook meer verdeelt kunnen worden over verschillende partijen. Echter is de keuzevrijheid van de burger hierbij weg en is er afhankelijkheid van één warmteleverancier (monopolie). 

Kortom, er zijn heel veel factoren waarmee rekening gehouden dient te worden in het maken van de keuze voor een strategie. Ik heb het hierboven nog niet eens gehad over het beleid dat al is vastgesteld door gemeenten of Provincie of de voorkeur van de burgers. Maar daarom is het juist extra belangrijk zoveel mogelijk duidelijk inzichtelijk te maken en wanneer alles, zo ver al mogelijk, inzichtelijk is een wel overwogen keuze te maken. En daar kan de Startanalyse en Vesta MAIS aan bijdragen. 
 

Vragen over de startanalyse of de strategieën?
 

Wilt u aan de slag met de warmtetransitie in uw gemeente? Neem dan contact met mij op. 
 


● 
Vrijblijvend antwoord   Binnen 1-2 werkdagen

"Ik help u graag met alle vragen over de startanalyse, Vesta MAIS en de warmtetransitie"

Groen gas: De duurzame motor van de energietransitie

De energietransitie vraagt om realisme en slimme oplossingen. Waar elektrificatie niet toereikend is, biedt groen gas de uitkomst. Het is een essentiële schakel om de industrie, de gebouwde omgeving en mobiliteit te verduurzamen. Voor ondernemers en investeerders biedt de groeiende vraag naar groen gas projecten een interessante business case. Maar wat komt er kijken bij de ontwikkeling en exploitatie? Ekwadraat neemt u mee in de wereld van hernieuwbaar gas.

Wat is groen gas en wat is de betekenis?

De vraag "wat is groen gas?" horen we vaak. Het is de duurzame variant van aardgas, geproduceerd uit organische reststromen. In tegenstelling tot fossiel gas, dat miljoenen jaren onder de grond heeft gezeten, is dit gas volledig hernieuwbaar.

Het proces begint vaak met biogas dat ontstaat door vergisting. Dit biogas wordt vervolgens gezuiverd en opgewaardeerd tot het dezelfde kwaliteit en eigenschappen heeft als aardgas. Hierdoor kan het direct worden ingevoed in het bestaande gasnetwerk. Groen gas is daarmee een directe vervanger voor aardgas, zonder dat er aanpassingen nodig zijn bij de eindgebruiker.

 

Groen gas CO2-uitstoot: Een korte cyclus

Een van de belangrijkste drijfveren voor de inzet van dit gas is de reductie van emissies. De groen gas co2 uitstoot is namelijk onderdeel van een korte koolstofcyclus. De CO2 die vrijkomt bij verbranding, is kort daarvoor door de biomassa (planten/organisch materiaal) opgenomen uit de atmosfeer.

Hierdoor voegt u – in tegenstelling tot bij aardgas – netto geen extra CO2 toe aan de atmosfeer. Kijken we naar de totale keten, dan is de groen gas co2-uitstoot (inclusief productie en transport) vele malen lager dan die van fossiele brandstoffen. Dit maakt het voor bedrijven een cruciaal instrument om hun CO2-footprint te verlagen en te voldoen aan ESG-doelstellingen.

 

Groen gas uit mest en biomassa

De productie vindt plaats door het vergisten van biomassa. Een veelbelovende route voor de agrarische sector is groen gas uit mest. Door dagverse mest te vergisten op boerderijschaal of in coöperatief verband, wordt methaan dat anders uit de mest zou ontsnappen, nuttig ingezet als energiebron.

Naast mest worden ook andere reststromen gebruikt, zoals slib uit waterzuivering en resten uit de voedingsmiddelenindustrie. Ekwadraat adviseert initiatiefnemers over de juiste mix van grondstoffen om een zo hoog mogelijk rendement uit de installatie te halen.

 

Groen gas productie Nederland: Ambitie vs. Realiteit

De ambities zijn groot: in het Klimaatakkoord is vastgelegd dat de groen gasproductie Nederland moet groeien naar 2 miljard kubieke meter (m³) in 2030. Op dit moment is de productie nog lang niet op dat niveau. Dit gat tussen de huidige status en de doelstelling biedt enorme kansen voor nieuwe initiatieven en investeerders.

De overheid stimuleert deze opschaling. Niet alleen via de SDE++ subsidie, maar ook door de aanstaande bijmengverplichting voor energieleveranciers. Dit stuwt de vraag en de marktwaarde van uw productie.

 

De rol van groen gas certificaten

Hoe bewijst u dat uw gas groen is? Omdat het gas fysiek mengt met aardgas in het leidingnet, werkt de markt administratief met groen gas certificaten, ook wel Garanties van Oorsprong (GvO’s) genoemd. VertiCer geeft deze certificaten uit per geproduceerde hoeveelheid. 1 GvO staat gelijk aan 1 MWh groen gas.

Deze certificaten vertegenwoordigen de duurzame waarde van het gas. Handel in deze certificaten kan, bovenop de gasprijs, een aanzienlijke inkomstenbron vormen voor producenten. Ekwadraat helpt u bij het navigeren van dit certificeringsproces en het optimaliseren van uw opbrengsten.

 

Haalbaarheid en realisatie met Ekwadraat

Wilt u investeren in groen gas of heeft u reststromen die u wilt verwaarden? De route van idee naar realisatie is complex en vraagt om expertise op het gebied van vergunningen, subsidies, techniek en contractering.

Ekwadraat is uw partner in dit traject. Wij rekenen uw business case door, verzorgen de engineering en begeleiden de bouw. Samen zorgen we ervoor dat uw project bijdraagt aan een fossielvrije toekomst én een gezond rendement oplevert.

Benieuwd naar de potentie van uw locatie? Neem contact op met de experts van Ekwadraat.

Wil je weten wat dit voor jouw bedrijf betekent? 


● 
Vrijblijvend antwoord   Binnen 1-2 werkdagen

"Benieuwd naar de mogelijkheden? Ik zoek het graag uit!"

Symen Johannes Hoekstra

Sales- en accountmanager