Voor 2017 stelt de minister in totaal € 12 miljard beschikbaar. Dit budget wordt net als in 2016 in twee openstellingsrondes van ieder € 6 miljard beschikbaar gesteld. De minister beslist rond juni of het budget voor de najaarsronde aangepast wordt.
De SDE+ 2017 wordt opengesteld op 7 maart 2017. Vanaf dat moment is het mogelijk om aanvragen in te dienen tot een maximale vergoeding van 9 cent per kWh. Fase 2 en fase 3 volgen ieder een week later.
Vanaf 2017 is het niet meer mogelijk om aanvragen in te dienen voor een bedrag hoger dan 13 cent per kWh. Dit betekent dat de 4e fase komt te vervallen. De minister geeft aan dat de kosten voor duurzame energie de afgelopen jaren sterk zijn afgenomen. De verlaging van de maximale SDE+ tarieven is een resultaat van deze kostenverlaging. De minister geeft ook aan dat over de hele linie van de SDE+ de tarieven zijn gedaald als gevolg van lagere rentekosten en een lager benodigd rendement op het eigen vermogen.
Over de hele linie zijn de correctiebedragen en basisenergieprijzen(de zogeheten ‘Floor Price’) sterk verlaagd. Dit is het effect van de sterk gedaalde energieprijzen van de afgelopen tijd. Wat wel opvalt is dat het correctiebedrag en de basisenergieprijzen erg dicht bij elkaar in de buurt liggen. De minister verwacht dat de energieprijzen niet verder meer zullen dalen. Wel geeft dit een extra risico in uw business case.
De belangrijkste wijzigingen zijn verder:
Voor zowel co-vergisting als allesvergisting WKK verhoogt de minister het aantal vollasturen. Hierdoor daalt het maximale subsidiebedrag. Het wordt daarom nog belangrijker om de warmte volledig en jaarrond te kunnen benutten. Deze wijziging geldt ook voor de categorie ‘Verlengde Levensduur’.
De minister heeft besloten de categorie mono-mestvergisting te limiteren op 400 kW. Grotere mono-mestvergisters kunnen gebruik maken van de categorie co-mestvergisting.
In 2017 is het voor de laatste keer mogelijk om een aanvraag in te dienen voor de categorie verlengde levensduur. De minister verwacht dat alle installaties die in aanmerking komen voor de verlengde levensduur na 2017 de mogelijkheid hebben gehad om een beschikking te kunnen ontvangen.
Voor de productie van elektriciteit door middel van zonnepanelen verlaagd de minister het subsidiabele bedrag van 12,8 cent per kWh naar 12,5 cent per kWh. Het aantal vollasturen blijft gehandhaafd op 950.
Vanuit de markt is de vraag gekomen om de vollasturen voor installaties op water te verhogen aangezien deze installaties kunnen meedraaien met de stand van de zon. De minister geeft aan dat deze techniek nog verder ontwikkeld dient te worden en de projecten nu nog een te kleinschalig karakter hebben. De minister geeft aan dat de SDE+ subsidie geen middel is om innovatie te subsidiëren.
Vanaf 2017 is het, ondanks dat er in het afgelopen jaar meerdere projecten zijn aangevraagd en beschikt, niet meer mogelijk een SDE+ aanvraag in te dienen voor de categorie gecombineerde opwekking. De productie van elektriciteit zorgt voor aanzienlijk hogere investeringskosten. Hiertegenover staat weinig extra opbrengst van hernieuwbare energie. De minister geeft aan dat de initiatiefnemers zelf moeten besluiten of ze de warmte inzetten voor de levering van warmte of de productie van elektriciteit.
Wij merken echter op dat het gezien de regeling garanties van oorsprong het niet mogelijk is om subsidie te ontvangen op de warmte die wordt gebruikt voor de productie van elektriciteit. De levering van warmte van een geothermieproject t.b.v. de productie van elektriciteit zal dan ook vermoedelijk geen SDE+ subsidie opleveren.
Net als in 2016 is het mogelijk om een aanvraag in te dienen van oude gas- of olieputten. Ook wordt de uitbreiding van een aardwarmteproject met een derde put werd weer gesubsidieerd.
In de categorie biomassa zijn een aantal wijzigingen. Zo wordt het maximale aantal vollasturen voor biomassaketels verlaagd van 4.000 naar 3.000 uur per jaar. Dit heeft een lichte stijging van het SDE+ tarief tot gevolg.
Afgelopen jaar zijn er de nodige gesprekken gevoerd over de toevoeging van ketels kleiner dan 500 kW in de SDE+. De minister heeft besloten dit voorlopig niet op te nemen in de SDE+ regeling.
Wanneer naast warmte ook elektriciteit wordt opgewekt, is het mogelijk een aanvraag in te dienen voor de categorie gecombineerde opwekking. De minister heeft vastgesteld dat de meerkosten voor de productie van elektriciteit aanzienlijk hoger liggen dan de kosten voor warmtebenutting. Hierop heeft de minister besloten de elektriciteitscomponent te limiteren op een bedrag van 13,0 cent per kWh. Hierdoor valt het SDE+ tarief voor deze categorie aanzienlijk lager uit.
Voor (industriële) stoomproductie op basis van houtpellets, wordt het minimale vermogen van 10 MWth verlaagd naar 5 MWth. Hiermee verwacht de minister meer projecten te kunnen realiseren. Het tarief wordt iets verhoogd zodat de kosten voor vervoer van houtpellets van de haven naar de centrale en de extra investeringskosten kunnen worden gedekt.
In de SDE+ is een maximum opgenomen voor de bij- en meestook van biomassa in kolencentrales. Deze maximale vergoeding is vastgesteld op basis van 25 PJ in totaal. In de voorjaarsronde is reeds voor 10,4 PJ aan beschikkingen afgegeven. De minister kan nog geen duidelijkheid geven over het verloop van de najaarsronde. Wanneer in de najaarsronde de resterende 14,6 PJ wordt beschikt, zal de categorie bij- en meestook niet worden opengesteld. Wanneer deze categorie wel wordt opengesteld, zullen de kolencentrales slechts voor een beperkte productie aanspraak kunnen maken.
De energietransitie vraagt om realisme en slimme oplossingen. Waar elektrificatie niet toereikend is, biedt groen gas de uitkomst. Het is een essentiële schakel om de industrie, de gebouwde omgeving en mobiliteit te verduurzamen. Voor ondernemers en investeerders biedt de groeiende vraag naar groen gas projecten een interessante business case. Maar wat komt er kijken bij de ontwikkeling en exploitatie? Ekwadraat neemt u mee in de wereld van hernieuwbaar gas.
De vraag "wat is groen gas?" horen we vaak. Het is de duurzame variant van aardgas, geproduceerd uit organische reststromen. In tegenstelling tot fossiel gas, dat miljoenen jaren onder de grond heeft gezeten, is dit gas volledig hernieuwbaar.
Het proces begint vaak met biogas dat ontstaat door vergisting. Dit biogas wordt vervolgens gezuiverd en opgewaardeerd tot het dezelfde kwaliteit en eigenschappen heeft als aardgas. Hierdoor kan het direct worden ingevoed in het bestaande gasnetwerk. Groen gas is daarmee een directe vervanger voor aardgas, zonder dat er aanpassingen nodig zijn bij de eindgebruiker.
Een van de belangrijkste drijfveren voor de inzet van dit gas is de reductie van emissies. De groen gas co2 uitstoot is namelijk onderdeel van een korte koolstofcyclus. De CO2 die vrijkomt bij verbranding, is kort daarvoor door de biomassa (planten/organisch materiaal) opgenomen uit de atmosfeer.
Hierdoor voegt u – in tegenstelling tot bij aardgas – netto geen extra CO2 toe aan de atmosfeer. Kijken we naar de totale keten, dan is de groen gas co2-uitstoot (inclusief productie en transport) vele malen lager dan die van fossiele brandstoffen. Dit maakt het voor bedrijven een cruciaal instrument om hun CO2-footprint te verlagen en te voldoen aan ESG-doelstellingen.
De productie vindt plaats door het vergisten van biomassa. Een veelbelovende route voor de agrarische sector is groen gas uit mest. Door dagverse mest te vergisten op boerderijschaal of in coöperatief verband, wordt methaan dat anders uit de mest zou ontsnappen, nuttig ingezet als energiebron.
Naast mest worden ook andere reststromen gebruikt, zoals slib uit waterzuivering en resten uit de voedingsmiddelenindustrie. Ekwadraat adviseert initiatiefnemers over de juiste mix van grondstoffen om een zo hoog mogelijk rendement uit de installatie te halen.
De ambities zijn groot: in het Klimaatakkoord is vastgelegd dat de groen gasproductie Nederland moet groeien naar 2 miljard kubieke meter (m³) in 2030. Op dit moment is de productie nog lang niet op dat niveau. Dit gat tussen de huidige status en de doelstelling biedt enorme kansen voor nieuwe initiatieven en investeerders.
De overheid stimuleert deze opschaling. Niet alleen via de SDE++ subsidie, maar ook door de aanstaande bijmengverplichting voor energieleveranciers. Dit stuwt de vraag en de marktwaarde van uw productie.
Hoe bewijst u dat uw gas groen is? Omdat het gas fysiek mengt met aardgas in het leidingnet, werkt de markt administratief met groen gas certificaten, ook wel Garanties van Oorsprong (GvO’s) genoemd. VertiCer geeft deze certificaten uit per geproduceerde hoeveelheid. 1 GvO staat gelijk aan 1 MWh groen gas.
Deze certificaten vertegenwoordigen de duurzame waarde van het gas. Handel in deze certificaten kan, bovenop de gasprijs, een aanzienlijke inkomstenbron vormen voor producenten. Ekwadraat helpt u bij het navigeren van dit certificeringsproces en het optimaliseren van uw opbrengsten.
Wilt u investeren in groen gas of heeft u reststromen die u wilt verwaarden? De route van idee naar realisatie is complex en vraagt om expertise op het gebied van vergunningen, subsidies, techniek en contractering.
Ekwadraat is uw partner in dit traject. Wij rekenen uw business case door, verzorgen de engineering en begeleiden de bouw. Samen zorgen we ervoor dat uw project bijdraagt aan een fossielvrije toekomst én een gezond rendement oplevert.
Benieuwd naar de potentie van uw locatie? Neem contact op met de experts van Ekwadraat.
"Benieuwd naar de mogelijkheden? Ik zoek het graag uit!"
Sales- en accountmanager