Afgelopen najaar werd de warmtekaart voor Friesland gepresenteerd. Een analyse van de meest kansrijke warmtevoorziening per buurt in 2050. Als trotse inwoner van Friesland ben ik natuurlijk benieuwd wat de uitkomsten zijn voor mijn woonwijk in Sneek; geothermie. Oké, wij gaan dus aan de geothermie… Maar wat betekent dat voor mijn directe leefomgeving? En wat als het een andere warmteoplossing is die uit de transitievisie warmte naar voren komt? Dat is ook wat de gemeente Súdwest-Fryslân zich afvroeg en samen met hen werken we aan het antwoord op deze vraag.
“Ieder voordeel heeft zijn nadeel”: dat gaat ook op in de warmtetransitie. Maar wat is nu de beste keuze en wiens perspectief is hierin het meest bepalend? De bewoner, de netbeheerder, het energiebedrijf? Vraag drie belanghebbenden en je krijgt waarschijnlijk drie verschillende antwoorden. Om toch richting te kunnen geven hebben collega Frank van Bergen en ik nagedacht over hoe je met dit type vragen om moet gaan. We zijn gekomen tot een grafische weergave waarin we de impliciete keuzes van warmteoplossingen laten zien. De aanpak werkt in drie stappen:
We zijn gestart met het vaststellen van de kenmerken van de verschillende warmteoplossingen. Dit hebben we gedaan op basis van een ‘expert judgement’. Deze kenmerken hebben we kunnen groeperen in 3 thema’s.
In totaal geeft dit 15 kenmerken die objectief zijn beoordeeld. Deze beoordeling is op een schaal van 1-5 uitgevoerd.
In de afbeelding hierboven zijn de resultaten voor bijvoorbeeld geothermie en warmtepompen gegeven. Het blauwe ‘kansen-vlak’ wil je zo groot mogelijk hebben. Een groot oppervlak wil zeggen; ‘eenvoudige’ inpassing in de woning. Het roze ‘overwegingen-vlak’ geeft inzicht in de bijeffecten van de warmtetechniek. Dit is waarschijnlijk het gebied waar concessies moeten worden gedaan. Het oranje ‘showstoppers-vlak’ moet bij voorkeur natuurlijk zo klein mogelijk zijn. Wanneer hier uitslagen in te zien zijn kan zijn dit de criteria waaraan gewerkt moet worden om deze blokkades weg te nemen.
In de volgende stap kunnen de verschillende belanghebbenden een weging geven aan de kenmerken, bijvoorbeeld: Hoe belangrijk vindt een bewoner van een portiekwoning in de binnenstad van Amsterdam ruimtebeslag van een technische installatie in zijn woning. Het antwoord op deze vraag is waarschijnlijk anders als je dezelfde vraag stelt aan een bewoner van een woonboerderij in de landerijen van midden Drenthe. Deze beoordeling resulteert uiteindelijk in een weging op dat specifieke kenmerk. Wanneer je alle kenmerken van een warmteoplossing met een wijk bespreekt, worden ze een volwaardig gesprekspartner in de discussie. De bewoners zijn dan ook in staat om keuzes te maken. Vervolgens moet ditzelfde proces worden doorlopen door alle stakeholders.
Wanneer alle stakeholders inzicht hebben in elkaars standpunten ten opzichte van de warmteoplossingen kan in gesprek gegaan worden over de verschillen. Daar waar de ‘groene vlakken’ groot uitslaan, zijn geen problemen te verwachten. Daar waar de showstoppers ontstaan moeten maatregelen getroffen worden om deze blokkades weg te nemen. Denk bijvoorbeeld aan stankoverlast van een bio-vergistingsinstallatie of het ontbreken van voldoende terugverdiencapaciteit in de businesscase. Tot slot zijn er nog de impliciete keuzes van de warmteoplossing, daar moet eenieder zich vooral van bewust zijn, denk daar aan zwaar wegtransport voor houtachtige biomassa of overlast door het aanleggen van warmteleidingen. Dit sluit daarmee goed aan op het stappenplan waar we eerder over schreven.
Zoals gezegd hebben we deze generieke beoordeling mogen maken voor de gemeente Súdwest-Fryslân en hebben we stap 1 kunnen toetsen, dat werkt! Hopelijk kunnen we binnenkort starten met het ophalen van de verschillende standpunten van alle stakeholders en kunnen we op zoek gaan naar de warmteoplossing die per wijk het grootste draagvlak heeft. Frank en ik zijn er klaar voor!
Wilt u ook aan de slag met de warmtetransitie? Neem dan contact met ons op.
"Benieuwd hoe jouw gemeente kansen kan pakken in de warmtetransitie?"
Manager sales & marketing
De energietransitie vraagt om realisme en slimme oplossingen. Waar elektrificatie niet toereikend is, biedt groen gas de uitkomst. Het is een essentiële schakel om de industrie, de gebouwde omgeving en mobiliteit te verduurzamen. Voor ondernemers en investeerders biedt de groeiende vraag naar groen gas projecten een interessante business case. Maar wat komt er kijken bij de ontwikkeling en exploitatie? Ekwadraat neemt u mee in de wereld van hernieuwbaar gas.
De vraag "wat is groen gas?" horen we vaak. Het is de duurzame variant van aardgas, geproduceerd uit organische reststromen. In tegenstelling tot fossiel gas, dat miljoenen jaren onder de grond heeft gezeten, is dit gas volledig hernieuwbaar.
Het proces begint vaak met biogas dat ontstaat door vergisting. Dit biogas wordt vervolgens gezuiverd en opgewaardeerd tot het dezelfde kwaliteit en eigenschappen heeft als aardgas. Hierdoor kan het direct worden ingevoed in het bestaande gasnetwerk. Groen gas is daarmee een directe vervanger voor aardgas, zonder dat er aanpassingen nodig zijn bij de eindgebruiker.
Een van de belangrijkste drijfveren voor de inzet van dit gas is de reductie van emissies. De groen gas co2 uitstoot is namelijk onderdeel van een korte koolstofcyclus. De CO2 die vrijkomt bij verbranding, is kort daarvoor door de biomassa (planten/organisch materiaal) opgenomen uit de atmosfeer.
Hierdoor voegt u – in tegenstelling tot bij aardgas – netto geen extra CO2 toe aan de atmosfeer. Kijken we naar de totale keten, dan is de groen gas co2-uitstoot (inclusief productie en transport) vele malen lager dan die van fossiele brandstoffen. Dit maakt het voor bedrijven een cruciaal instrument om hun CO2-footprint te verlagen en te voldoen aan ESG-doelstellingen.
De productie vindt plaats door het vergisten van biomassa. Een veelbelovende route voor de agrarische sector is groen gas uit mest. Door dagverse mest te vergisten op boerderijschaal of in coöperatief verband, wordt methaan dat anders uit de mest zou ontsnappen, nuttig ingezet als energiebron.
Naast mest worden ook andere reststromen gebruikt, zoals slib uit waterzuivering en resten uit de voedingsmiddelenindustrie. Ekwadraat adviseert initiatiefnemers over de juiste mix van grondstoffen om een zo hoog mogelijk rendement uit de installatie te halen.
De ambities zijn groot: in het Klimaatakkoord is vastgelegd dat de groen gasproductie Nederland moet groeien naar 2 miljard kubieke meter (m³) in 2030. Op dit moment is de productie nog lang niet op dat niveau. Dit gat tussen de huidige status en de doelstelling biedt enorme kansen voor nieuwe initiatieven en investeerders.
De overheid stimuleert deze opschaling. Niet alleen via de SDE++ subsidie, maar ook door de aanstaande bijmengverplichting voor energieleveranciers. Dit stuwt de vraag en de marktwaarde van uw productie.
Hoe bewijst u dat uw gas groen is? Omdat het gas fysiek mengt met aardgas in het leidingnet, werkt de markt administratief met groen gas certificaten, ook wel Garanties van Oorsprong (GvO’s) genoemd. VertiCer geeft deze certificaten uit per geproduceerde hoeveelheid. 1 GvO staat gelijk aan 1 MWh groen gas.
Deze certificaten vertegenwoordigen de duurzame waarde van het gas. Handel in deze certificaten kan, bovenop de gasprijs, een aanzienlijke inkomstenbron vormen voor producenten. Ekwadraat helpt u bij het navigeren van dit certificeringsproces en het optimaliseren van uw opbrengsten.
Wilt u investeren in groen gas of heeft u reststromen die u wilt verwaarden? De route van idee naar realisatie is complex en vraagt om expertise op het gebied van vergunningen, subsidies, techniek en contractering.
Ekwadraat is uw partner in dit traject. Wij rekenen uw business case door, verzorgen de engineering en begeleiden de bouw. Samen zorgen we ervoor dat uw project bijdraagt aan een fossielvrije toekomst én een gezond rendement oplevert.
Benieuwd naar de potentie van uw locatie? Neem contact op met de experts van Ekwadraat.
"Benieuwd naar de mogelijkheden? Ik zoek het graag uit!"
Sales- en accountmanager