Windprojecten in de SDE++ subsidie

SDE++ regeling

In de SDE++ regeling, die in het najaar van 2020 opent, kunnen de volgende categorieën windprojecten subsidie aanvragen:

  • Wind op land;
    • Regulier
    • Hoogtebeperkt voor maximale tiphoogte van 150 m*.
  • Wind op waterkeringen;
  • Wind in meer;
  • Water ≥ 1 km2.

*) Hoogtebeperkt is een categorie voor projecten in gebieden waar turbines met een tiphoogte van 150m of meer door nationale wet- en regelgeving niet zijn toegestaan.

Windenergie is een van de goedkoopste technieken om de uitstoot van CO2 te voorkomen. Dit betekent dat de betreffende subcategorieën volgens de nieuwe SDE++ systematiek als eerste in aanmerking komen voor subsidie.

Wijzigingen wind in SDE++ t.o.v. oude SDE+ regeling

In de SDE+ werden gemeentegrenzen gebruikt om een windpark in categorieën te verdelen. Dit blijkt nu, zeker bij gemeentes met een groot oppervlak, niet altijd even representatief. Daarom zal vanaf nu gebruik worden gemaakt van de Windviewer. Hieruit volgt voor elke locatie in Nederland de gemiddelde windsnelheid. Het is hierdoor mogelijk dat turbines binnen één project in verschillende windcategorieën gaan vallen en dus verschillende subsidiebedragen kunnen gaan ontvangen.

Om hoge rendementen te voorkomen wordt er in de nieuwe regeling in de categorie ‘wind op land’ een differentiatie geïntroduceerd voor projecten met een gemiddelde windsnelheid > 8,5 m/s op een hoogte van 100 meter.

Basisbedragen voor wind

In onderstaande tabel zijn de basisbedragen voor de verschillende windprojecten en het moment van aanvragen weergegeven.

Zoals in de inleiding al geschetst werd, is windenergie één van de goedkoopste technieken om CO2 te besparen. Trinomics, die in opdracht van PBL de nieuwe SDE++ beoordeelde, geeft dit weer in onderstaande grafiek.

Wind op land, bij een gemiddelde windsnelheid van 8 m/s of meer hebben zelfs een negatieve subsidie-intensiteit. Dit betekent dat deze subcategorieën geen onrendabele top hebben. Het is dan ook te verwachten dat deze subcategorieën in het vervolg niet meer in aanmerking komen voor SDE++ subsidie.

Rekenvoorbeeld

Voor dit rekenvoorbeeld gaan we van de fictieve situatie uit dat een 3 MW windturbine met een ashoogte van 80 meter wordt geplaatst bij de energiecampus in Leeuwarden (op land). In dit geval is de windsnelheid bij een ashoogte van 80 meter volgens RVO-windviewer gemiddeld 7,5 m/s. Dit betekent dat de SDE++ Wind op Land tussen 7,5 en 8,0 m/s kan worden aangevraagd.

Maximumbasisbedrag vanaf fase 1

€ 0,045/kWh

Maximumaantal subsidiabele vollasturen

Maximale vollasturen = 3.500

Voorlopige correctiebedrag 2020

€ 0,043/kWh

Voorlopige bijdrage SDE++ 2020 bij aanvraag vanaf fase 1 voor € 0,045 /kWh

€ 0,045 - € 0,043 = € 0,002/kWh 
€ 2,00/MWh

Maximale subsidiabele jaarproductie bij een installatie met een vermogen van 3 MW en x vollasturen

Maximale jaarproductie = 3 MW * 3.500 = 10.500 MWh
  Maximale subsidie over de jaarproductie = € 2,00/MWh * 10.500 MWh = € 21.000,-

 

Dit rekenvoorbeeld laat zien dat er bij deze windturbine bijna geen onrendabele top is. Met andere woorden: het verschil tussen wat het kost om een kWh elektriciteit op te wekken (basisbedrag) en de marktvergoeding voor grijze stroom (correctiebedrag) is zeer klein. Het correctiebedrag wordt jaarlijks vastgesteld en is in dit voorbeeld nog het voorlopige bedrag voor 2020. Dit bedrag kan dus stijgen of dalen aan de hand van wat de elektriciteitsprijs in de markt doet.

Vragen over windenergie in Friesland?

Vul hieronder het contactformulier in, onze adviseurs staan klaar om ze te beantwoorden!


● 
Vrijblijvend antwoord   Binnen 1-2 werkdagen

"Ik beantwoord graag al je vragen over windenergie in Friesland "

Janine Bos

Adviseur energiebesparing en circulaire economie